Spring naar inhoud

De Vanboeijen Manier

Persoonsgerichte zorg

Persoonsgerichte zorg. Daar gaat het om binnen Vanboeijen. Met de Vanboeijen Manier geven we daar invulling aan:

We werken aan een goed leven voor bewoners en cliënten. Door aan te sluiten bij hun behoeften, er onvoorwaardelijk te zijn en te werken vanuit ontwikkelingsgerichte betekenisvolle daginvulling. Dat alles doen we in de driehoek: met bewoners en cliënten, ouders en verwanten en (persoonlijk) begeleiders.

In dit hoofdstuk worden de resultaten met betrekking tot persoonsgerichte zorg gepresenteerd.

Het verhaal van Nadal

We doen het samen

Nadal (24) spreken we samen met zijn begeleider Ilse. Net terug van het melkveebedrijf, waar hij sinds twee maanden stage loopt. Drie keer per week door weer en wind op de fiets naar de boerderij. 23 kilometer heen en 23 kilometer terug. Maar dat heeft Nadal er voor over. De mouwen opstropen, buiten werken, tussen de koeien lopen. Geen dag is hetzelfde.
Ilse omschrijft Nadal als een open, sociale jongen met een brede glimlach. Vriendelijk en behulpzaam. Die glimlach zie je ook als hij niet vrolijk is. Ilse: “Inmiddels zie ik het verschil.”

Nadal woont op een locatie voor jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking. Nadal: ‘’Ik heb mijn eigen appartement, waar de begeleiding elke dag komt voor een contactmoment.’’ Hij vervolgt zijn verhaal en vertelt dat het goed met hem gaat en met plezier in zijn appartement woont. Toch is dat niet altijd zo geweest. Nadal heeft een periode gehad waar het minder ging. "Het contact met begeleiders was oppervlakkiger. Nadal liet niet zien wat er achter zijn glimlach schuilging. Weinig motivatie voor zijn werk’’, vertelt Ilse. Door keuzes die Nadal maakte werd hij korte tijd opgenomen in een kliniek. Hij kwam er achter dat de keuzes die hij tot dan toe maakte hem niets brachten. “Alleen maar het slechte”, aldus Nadal.

Sinds hij op de boerderij werkt gaat het een stuk beter. Nadal heeft een lange adem. Na 4 jaar zoeken is het gelukt om deze stageplek te vinden. Nadal: “Werk dat ik echt leuk vind. Werk waar ik graag mijn bed voor uitkom. Dat geeft een positief gevoel.”

Samenwerken, zonder oordeel
Ilse ondersteunt Nadal in het maken van keuzes. Ilse: “Nadal kan zelf zijn keuzes maken. Het is mijn taak hem daarin te helpen. Door het gesprek aan te gaan. Zonder oordeel. Uit te leggen waarom ik het één beter vind dan het ander. En nieuwsgierig te zijn: Wat maakt dat je iets wel of niet wilt? Ik geef Nadal mee dat ik met hem wil samenwerken.” Nadal knikt: “Begeleiders zijn echt super tof hier. Ze staan niet boven mij.”

Nadal is er trots op dat het hem gelukt is uit een diep dal te komen. Nu weer bergopwaarts. Hij hoopt een voorbeeld te zijn voor andere jongeren. Nog even doorsparen, en dan wil hij zijn trekker rijbewijs halen. Dan van de stage naar betaald werk op de boerderij. Nadal: “Huisje, boompje beestje.”

Coronatijd: “Wat heeft de bewoner op dit moment het meest nodig?”

Sinds begin maart houdt het coronavirus ook Vanboeijen in haar greep. We nemen maatregelen om besmetting en verspreiding van het coronavirus te voorkomen en om bij besmetting zo adequaat mogelijk te kunnen handelen.

Juist in tijden als deze kunnen bewoners en cliënten vertrouwen op adequate ondersteuning en begeleiding. Naar de uitgangspunten van de Vanboeijen Manier. 'Ieder mens is uniek'. Dat is steeds het vertrekpunt voor beslissingen. Daarbij denken en werken we consequent vanuit de driehoek. Leveren we maatwerk vanuit de gedachte: wat heeft de bewoner op dit moment het meest nodig?

Zorgvuldige communicatie
De coronamaatregelen hebben impact op het leven van bewoners en cliënten, ouders en verwanten. Denk bijvoorbeeld aan het sluiten van onze dagbestedingslocaties, het niet langer toestaan van bezoek of het vervallen van sportactiviteiten en evenementen. Zorgvuldige communicatie is daarom van belang. Zorgvuldig communiceren en goed naar elkaar luisteren. Coaches van de bewonersraad en de geestelijk verzorgers zijn ingezet om een luisterend oor aan bewoners, ouders en verwanten te bieden.

Goede samenwerking
Op alle disciplines werkzaam binnen Vanboeijen heeft corona veel impact gehad. Iedere discipline geeft op eigen wijze invulling aan wat wel mogelijk is. Samenwerking tussen muziek, bewegen, vrije tijd en geestelijke verzorging heeft geresulteerd in: Vanboeijen TV. Voor en door cliënten. Via een YouTube kanaal zijn programma’s opgenomen die goed bekeken worden. Waar mogelijk is buiten rondom de woning muziek en bewegen aangeboden.

Gedragsdeskundigen bieden veel ondersteuning via (beeld-)bellen om de dagproramma’s van de cliënten samen met de begeleiders aan te passen. Dit leidt tot kortere lijnen. De medische dienst heeft hard gewerkt aan het organiseren van een teststraat tot het realiseren van verpleegafdelingen voor corona patiënten. Twee dagbestedingslocaties in Meppel en Assen zijn tijdelijk ingericht als verpleegafdeling. Samen met Cosis is er in Schoonoord tijdelijk een quarantainelocatie ingericht.

Methodisch werken vanuit de Vanboeijen Manier

De Vanboeijen Manier beschrijft de visie van waaruit wij mensen met een verstandelijke beperking ondersteunen en begeleiden. We willen dat de Vanboeijen Manier binnen alle teams het kompas is voor handelen en denken. Daarvoor hebben we ook dit jaar stappen gezet, maar door corona helaas minder dan verwacht. Wel hebben we instrumenten ontwikkeld die bijdragen aan het werken vanuit de Vanboeijen Manier. Nu en in de toekomst:

  • We hebben afgesproken hoe we methodisch werken met het persoonlijk plan. Welke overleggen daarvoor nodig zijn en wat we in elk overleg bespreken. Dat alles is afgestemd op de Vanboeijen Manier.  
  • Scholingen zijn aangepast op de Vanboeijen Manier. Bijvoorbeeld de opleiding Intensieve Zorg en Begeleiding, het ontwikkeltraject voor persoonlijk begeleiders en de introductiemodule voor nieuwe medewerkers.
  • De Vanboeijen Manier is doorvertaald in zorgprogramma’s voor alle doelgroepen. 

Reflecties

Het is belangrijk om goed naar bewoners te kijken. Wat wil de bewoner of cliënt ons zeggen? Daar spelen verwanten ook een belangrijke rol in. We doen het samen.”

“Bij een onvoorwaardelijke ondersteuningsrelaties horen ook grenzen. Duidelijk zijn. Daarmee maak je jezelf ook betrouwbaar. Wat de bewoner of cliënt wil kan niet altijd. Wat wij willen kan niet altijd. Het is dan belangrijk om goed naar elkaar te luisteren en uit te leggen waarom iets niet kan. Open te zijn. Met respect. Om vervolgens te kijken naar wat er wel kan."

“Bij een onvoorwaardelijke ondersteuningsrelatie horen ook mijn eigen grenzen. Na een agressie incident voelde ik mij niet meer veilig bij een bewoner. Dat was moeilijk om toe te geven, maar ik kon er niet meer voor hem zijn.“

Werk en dagbesteding in 2020

Eind maart veranderde het dagelijks leven voor alle bewoners fors. Door de beperkingen van coronamaatregelen werden werk- en dagbestedingslocaties plotseling gesloten. Dagbesteding werd anders georganiseerd; in en rond de woning. Of door voor de hele woonlocatie dagbesteding wel buiten de woning te organiseren, maar hierbij contact met andere mensen te voorkomen. Voor sommige bewoners was dat fijn. Bijvoorbeeld omdat ze niet hoefden te reizen tussen hun woonlocatie en werklocatie. Voor andere bewoners was dat vervelend, ze misten hun dagelijks ritme. Kortom, de ervaringen verschillen. We hebben daarmee ontdekt dat de manier waarop we werk en dagbesteding tot nu toe hadden ingericht niet altijd aansluit bij de behoeften van bewoners. 

Vanboeijen wil graag leren van de opgedane ervaringen. Zomaar terug naar het oude is geen vanzelfsprekendheid. Er zijn meerdere onderzoeken gedaan die we daarvoor kunnen gebruiken.

 

Bijvoorbeeld door de bewonersraad. Zij hebben aan 62 medebewoners gevraagd hoe het is gegaan en welke adviezen zij hebben. De belangrijkste tip is dat er goed wordt geluisterd naar wat bewoners zelf willen met betrekking tot werk en dagbesteding. Verder verschillen de meningen. Kijk maar naar de wolkjes en de afbeelding hieronder.

Naast dit onderzoek zijn er nog 2 onderzoeken gedaan. Een door Vanboeijen zelf en een samen met onderzoeksinstituut Vilans en collega zorgaanbieder Elver. Resultaten met betrekking tot persoonsgerichte zorg:

  • Er is meer rust doordat er minder overgangen tussen wonen en (externe) dagbestedingslocaties.
  • De fysieke ruimte en mogelijkheden op de woning zijn bepalend voor het wel of niet slagen van dagbesteding op woning.
  • Bewoners kunnen soms meer dan we denken. We zien dat de manier waarop medewerkers naar de mogelijkheden van bewoners kijken, bepalend is voor de manier waarop vorm wordt gegeven een ontwikkelingsgerichte betekenisvolle daginvulling. 
  • Bewoners met een licht verstandelijke beperking ervaren veelal nadelen. Bij ouder wordende bewoners zijn vaker positieve gevolgen zichtbaar. Voor de andere doelgroepen is dat veel meer afhankelijk van de individuele bewoner.
  • De samenwerking tussen wonen en werk en dagbesteding is belangrijk. Een goede samenwerking leidt onder andere tot: rust bij bewoners, minder incidenten, beter zicht op de behoeften van de bewoner - omdat medewerkers er samen naar kijken. Luister in deze podcast hoe Lammy, Theresa, Maayke en Irene dagbesteding hebben vormgegeven. Samen. En wat dat heeft opgeleverd voor bewoners. 

Maatwerk
Uit onderzoek blijkt dat het overgrote deel (70%) van de bewoners dagbesteding heeft gekregen op en rondom woning, voor een deel van de bewoners zijn andere oplossingen gevonden. Voor een klein deel is er geen specifiek dagbestedingsaanbod vormgegeven, maar is het weekendprogramma doordeweeks gebruikt om de dag in te vullen. 

Voor externe cliënten is er lange tijd geen daginvulling geweest. Toen de coronamaatregelen wat soepeler werden zijn voor deze groep cliënten maatwerkafspraken gemaakt. Voor één cliënt is dit helaas niet gelukt. 

We kijken naar de individuele behoefte van de bewoner. Voor een aantal bewoners sloot dagbesteding op de woonlocatie onvoldoende aan. Om deze reden is er voor hen dagbesteding buiten de woning georganiseerd. Met de nodige creativiteit. Zo ging bijvoorbeeld de werklocatie van Patrick weer open. Samen met begeleider Simon vertelt hij over zijn werk.

Het verhaal van Patrick

Priegelwerk

Persoonlijk begeleider Simon opent het gesprek met een statement: ‘’Wij gebruiken het woord ‘cliënt’ niet. Wij spreken over medewerkers. Wij doen de bedrijfsvoering en zij voeren het werk uit. Net als in ieder ander bedrijf.’’ Patrick (20) is één van die medewerkers: ‘’Ik krijg hier de ruimte zelf aan de slag te gaan. Steeds weer met nieuwe projecten.’’

Patrick is er sinds september werkzaam en bewerkt hout. “Zelfvertrouwen.” Dat is het eerste wat hij noemt als we vragen wat hij geleerd heeft. “En hulp vragen als iets niet lukt.’’ Gister nog. Een deurklink die in elkaar moet. Een moeilijke klus, stapje voor stapje - en met wat hulp van Simon - komt die deurklink uiteindelijk toch in elkaar.

Ontdekken wat je kan. Dat is voor Simon belangrijk. Dat een medewerker zelfstandig kan werken. Of met gevaarlijke machines. Dat iemand verantwoordelijkheid aan kan. En meubels kan maken waar klanten blij mee zijn. Simon: “Medewerkers hebben soms al te vaak gehoord dat ze niet goed genoeg zijn.”

Falen is hier een optie. Patrick mag fouten maken. Huilen. Boos zijn. Door met Simon te praten leert hij de situatie beter te begrijpen. En zichzelf kennen. Eerder schreeuwde Patrick soms uit frustratie of gooide hij met materiaal op de werkplaats. Nu loopt hij naar buiten. Extra kopje koffie drinken. Sigaretje roken. Even kletsen. Patrick vindt het fijn dat Simon het ziet als er iets is. ‘’Altijd?’’ lacht Simon. Nee, niet altijd. Vooral ’s ochtends vroeg niet. “Ik ben geen ochtendmens.”

Soms wil Simon te snel. Dan is het voor hem duidelijk wat er gedaan moet worden, maar voor Patrick niet. Simon: “Dan vertelt Patrick dat ik lomp doe.” Patrick vindt dat soms lastig te zeggen, maar voor Simon is het belangrijk: “Hij helpt hier niet alleen zichzelf mee, maar ook de medewerkers die het niet zo kunnen zeggen.’’ Simon leert van Patrick naar zijn eigen handelen te kijken. “Wat ik Patrick probeer te leren, leert hij mij ook.”

Met machines werken vindt Patrick het mooist. En om te zien hoe alle planken bij elkaar een stoel vormen. Een kast. Een bedframe. Of zelfs een complete keuken. Patrick: “Dan denk ik: dat heb ik gewoon gemaakt”. Toch staat Patrick niet om alle klussen te springen. Simon: "Er moeten ook dingen gebeuren die niet leuk zijn, hè?’’ Patrick weet direct waar Simon op doelt: met de hand schuren. Tussen de naadjes. Daar kom je niet gemakkelijk met een schuurpapiertje. “Priegelwerk."

Incidentmeldingen

We willen leren van incidenten. In deze paragraaf vertellen we wat ons opvalt als we kijken naar de incidentmeldingen van 2020 en als we kijken naar het leer- en verbeterproces.

De incidentmeldingen
Het totaal aantal incidentmeldingen is in 2020 toegenomen met 13,6% ten opzichte van 2019.

In het tweede kwartaal wordt 7% meer incidenten gemeld dan in de andere kwartalen. We hebben gevraagd naar het verhaal achter de cijfers. Corona kwam vaak ter sprake:

  • Cliënten missen bijvoorbeeld hun dagelijks ritme en contact met dierbaren.
  • Er is een gespannen sfeer op locatie. Cliënten moeten binnen blijven en hebben dagbesteding op locatie.
  • Het zou fijn zijn als cliënten ergens anders konden werken. Even op een andere plek zijn.

In de afbeelding hiernaast kan je zien dat de meeste incidentmeldingen agressie gerelateerd zijn. Daarom hebben we in 2020 onderzoek gedaan naar agressie op de werkvloer door in gesprek te gaan met medewerkers. Met elkaar hebben we verbeterideeën geformuleerd. Zoals:

  • Betrek medewerkers bij de plaatsing van nieuwe cliënten. Maak een plaatsingsplan en kijk daarbij kritisch naar de match tussen ondersteuningsbehoeften van de cliënt en de deskundigheid van het team.
  • Stem het inwerkprogramma af op de behoeften van nieuwe medewerkers.
  • Investeer in observatietechnieken zodat medewerkers beter kunnen aansluiten bij wat bewoners en cliënten nodig hebben.

De uitkomsten bieden concrete handvatten die we in 2021 gaan invoeren. Daarnaast is er een onderzoek gestart naar de opvang van medewerkers na schokkende gebeurtenissen (zoals agressie-incidenten). Uitkomsten worden gebruikt om opvang beter aan te laten sluiten bij de behoeften van medewerkers. Het onderzoek loopt door in 2021 en aanbevelingen uit het onderzoek zullen worden ingevoerd.

Het leer- en verbeterproces
We willen leren van incidenten. Dat doen we door te reflecteren op elke melding en door meldingen op locatie- en organisatieniveau te analyseren. Op basis daarvan worden verbeteracties bedacht en uitgevoerd. Op locatieniveau speelt de aandachtsfunctionaris daarin een belangrijke rol. Deze geeft feedback op meldingen, bewaakt het overzicht en signaleert risico’s. Als we naar het proces kijken zien we het volgende:

  • Wat gaat goed? Er wordt goed gemeld en het percentage meldingen waarop feedback wordt gegeven (door de aandachtsfunctionaris) is dit jaar met 12% gestegen. Daarnaast is leren van incidenten een vast agendapunt tijdens het teamoverleg en kunnen locaties sinds dit jaar meldingen zelf analyseren: op zoek naar trends, oorzaken en verbeteracties die daarbij aansluiten. Dat levert wat op. Bijvoorbeeld dat je ontdekt dat er in de avond veel incidenten plaatsvinden. En dat verlenging van een van de diensten leidt tot minder incidenten.
  • Wat kan beter? Op een kwart van de meldingen wordt nog geen feedback op de meldingen gegeven door de aandachtsfunctionaris. Daarnaast vraagt de volgende stap, het registreren van verbeteracties en delen van best practices, nog aandacht. Dat is belangrijk voor leren van elkaar.

Leren en verbeteren doen we samen. Locaties worden daarom ondersteund door een medewerker van de afdeling kwaliteit en beleid.

Reflecties

“Het is goed elkaar kritische vragen te stellen. Soms blijkt dat er geen onderbouwd antwoord is. Ik vroeg mijn collega’s waarom een bewoner elke dag op tijd zijn bed uit moest. Dat leverde elke ochtend strijd op. Nu we hem meer ruimte geven hebben we dat conflict niet meer. En wat blijkt? Meestal komt hij gewoon op tijd zijn bed uit.”

“Bij het afbouwen van onvrijwillige zorg willen betrokkenen dat ik als gedragsdeskundige garandeer dat het goed gaat komen. Dat kan ik niet. Soms moet je gewoon uitproberen. Stap voor stap en binnen een veilige context.”

“Soms nemen we te veel over. Dat ontdekken we ook door corona. We moeten nu meer op afstand begeleiden. Zo vond een van de bewoners het niet prettig als begeleiders met mondkapje op zijn appartement in zouden komen. Hij heeft toen bedacht dat begeleiders hem konden helpen met opruimen via beeldbellen op de Ipad. Dat gaat goed.”

Medicatieveiligheid

Medicatieveiligheid is essentieel voor psychisch en lichamelijk welbevinden en voor persoonsgerichte zorg. In 2020 is er veel aandacht besteed aan het vergroten van medicatieveiligheid. Desondanks is het aantal medicatie incidenten (26% van het totaal incidentmeldingen) in 2020 niet gedaald. Van 66% van de medicatie incidenten is de oorzaak medewerker gerelateerd. Zorgvuldigheid en oplettendheid spelen een grote rol.  In de medicatie commissie is gereflecteerd op medicatieveiligheid:

In 2021 vergroten we het bewustzijn van medewerkers ten aanzien van medicatieveiligheid door middel van technologische ontwikkelingen (zoals Virtual Reality) en sluiten we de e-learning beter aan (agogische geschoolde) medewerkers.  

Onvrijwillige zorg

Goede zorg kan vrijwillig én onvrijwillig zijn. Vrijwillige zorg houdt in dat de cliënt instemt met de geboden zorg. Bij onvrijwillige zorg is dit niet altijd het geval. Het is dan zoeken naar de balans tussen vrijheid en veiligheid. We blijven kritisch: is onvrijwillige zorg (nog steeds) echt nodig? Dat vraagt om continu afwegen, overleg en afstemming. In deze paragraaf vertellen we over onvrijwillige zorg binnen Vanboeijen en hoe wij ons voorbereiden op de Wet zorg en dwang.  

Onvrijwillige zorg binnen Vanboeijen
Het aantal geregistreerde toepassingen van onvrijwillige zorg stijgt door het jaar heen met bijna 19%. Dat komt onder andere doordat we toepassingen beter zijn gaan vastleggen. Zoals de toepassing van psychofarmaca. Alle medicatie die voorgeschreven wordt om gedrag te beïnvloeden, maar die daar in eerste instantie niet voor is bedoeld (zoals anti-epileptica), is dit jaar geregisterd als onvrijwillige zorg. Dit verklaart bijna 62% van de totale stijging. 

We zien daarnaast dat de coronamaatregelen leiden tot meer onvrijwillige zorg. Dat vraagt om reflectie: Is het toepassen van onvrijwillige zorg passend en proportioneel om een eventuele coronabesmetting te voorkomen? Hoe kunnen we (op termijn) weer afbouwen?

Wet zorg en dwang
In 2020 hebben we ons voorbereid op de Wet zorg en dwang, zodat we voldoen aan de eisen die de nieuwe wet stelt. Ook hebben we medewerkers op de hoogte gebracht van de wet en de veranderingen die de wet met zich meebrengt. Door middel van nieuwsberichten, trainingen en een e-learning WZD. Resultaat: bijna de helft van de medewerkers is in teamverband getraind door de gedragsdeskundige. Het onderwerp leeft binnen Vanboeijen. Er komen bijvoorbeeld steeds meer vragen binnen bij de WZD functionarissen. Zowel van begeleiders als van bewoners/cliënten en ouders/verwanten. Dat is een mooie ontwikkeling. Hieronder zie je waar we trots op zijn en waar we tegen aan lopen in de voorbereidingen op de nieuwe wet.

We hebben dit jaar mooie stappen gezet en richten ons de komend jaar op afbouw van onvrijwillige zorg en het vergroten van eigen regie. Ook gaan we onvrijwillige zorg binnen een nieuw systeem registeren. Hierdoor krijgen we meer zicht op onvrijwillige zorg binnen Vanboeijen en kunnen we er beter van leren.

Het verhaal van Melanie

Een leven dat je iedere bewoner toewenst 

Via het beeldscherm ontmoeten we Yanela en Wim, de moeder en persoonlijk begeleider van Melanie (21). Yanela: ‘’Mel is een lief en zacht meisje. Echt een meisjes-meisje.” Melanie houdt van gelakte nagels, muziek, gezelligheid en een feestje. Wim: ‘’Een engeltje is het. Ze heeft mijn hart gestolen.’’

Verhuizing
Melanie verhuist halverwege 2019. Van de stad naar een klein dorp. Van één-op-één begeleiding naar een groep. Een groep met alleen maar mannen. Yanela vertelt: ‘’Bij het voorstel voor de verhuizing had ik twijfels. Melanie zal zich moeten aanpassen aan de plek en de groep. Mijn lieve kleine dochter tussen allemaal jongens, zal dat wel goed gaan?’’

Dat gaat het. Melanie verrast haar moeder. Ze laat andere kanten zien. Yanela: ‘’Ik kan zien dat ze juist van de gezelligheid geniet. Mel is echt een social butterfly.’’ Van één-op-één begeleiding en een strak programma met kortdurende activiteiten naar het ritme van de groep. Wakker worden, samen koffie drinken, ontbijten aan de grote tafel, werken in het bos. Melanie voegt zich na de verhuizing naadloos in het programma.

Behoefte
Ondanks dat Melanie zich goed in de groep voegt, heeft ze ook haar eigen plek nodig. Op haar kamer. Er is ruimte voor één-op-één begeleiding als dat nodig is. ‘’Begeleiden is een constante afweging tussen afstand nemen en nabij zijn. Ik kijk naar Melanie’s mimiek’’, vertelt Wim. ‘’Als Melanie bijvoorbeeld vastloopt in het dekken van de tafel, grijp ik in: ‘Daar moet nog een lepel.’ Zo orden ik voor haar die taak. Ik schep overzicht. Met een opgeruimd hoofd kan Mel veel meer aan.’’ Yanela: ‘’Ik ben onder de indruk, begeleiders kijken naar de behoefte van Mel.”

Dagbesteding vindt in het bos en op het erf rondom het huis plaats. Wim: ‘’Ik heb Melanie laatst achter de kloofmachine gezet. Dat had ze snel onder de knie.” Wim hoopt dat hij straks van een afstandje kan toekijken als Melanie hout klooft. Wim: “Ze krijgt dan letterlijk meer ruimte. Door nieuwe dingen te leren wordt haar autonomie en vrijheid groter.”

Yanela ziet dat Melanie een menswaardig leven leidt. Yanela: ‘’Melanie wordt hier niet veilig opgeborgen.’’ Gekscherend: ‘’Ze ziet meer van Nederland dan ik!” De groep gaat er vaak op uit: van pretparken tot natuurgebieden, maar ook naar de supermarkt of met de bus naar de kerk. Yanela: ‘’Hier haalt Melanie plezier uit en dat doet mij goed.’’ Yanela en Wim zien dat Melanie gelukkig is. Yanela lachend: ‘’Ze huppelt nog net niet door de woning. Ik wens iedere bewoner een leven als dat van Melanie toe.’’

Interne audits

Om kwaliteit van zorg te toetsen zijn audits uitgevoerd. Het zijn er - door de coronamaatregelen - een stuk minder dan vorig jaar.

Op 7 locaties zijn interne audits uitgevoerd naar aanleiding van signalen dat het beter kon. Doel is geweest in beeld te krijgen welke thema's verbetering behoeven. De audits zijn gedaan op basis van het toetsingskader van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Met de bril van de IGJ op in gesprek met betrokkenen en observeren op locatie.

De audits geven het beeld dat er hard en met veel toewijding wordt gewerkt. Echter, verloop van medewerkers en wisselingen wat betreft aansturing hebben gevolgen voor het kennen van de bewoner, diens wensen en behoeften en de vertaling daarvan naar een passend ondersteuningsaanbod. Het heeft ook gevolgen voor het professionele kader van waaruit gewerkt wordt. Enkele bevindingen zijn:

  • Cliënten worden respectvol bejegend. Verwanten voelen voldoende ruimte voor inspraak.
  • Eigen regie van cliënten ligt grotendeels alleen op het gebied van keuzemogelijkheden van de maaltijden.
  • Er wordt multidisciplinair gewerkt. Het methodisch werken is veelal nog onvoldoende.
  • Er vindt geen structurele teamreflectie plaats.
  • Er wordt nog onvoldoende geleerd van incidenten.
  • Medicatieveiligheid vraagt aandacht. Vooral het veilig toedienen van medicatie en kennis van werking en bijwerkingen van medicatie.

Op basis van de bevindingen maken de betrokken zorgmanager en de gedragsdeskundige een concreet verbeterplan. Voortgang wordt nauwlettend gemonitord.

Reflecties

“Bij ons op locatie maaien bewoners nu zelf het gras. Iedereen doet zijn eigen stukje. Op zijn eigen manier. Passend bij wat hij of zij kan. Kan je niet maaien? Dan kan je misschien wel het gras opvegen. Bewoners zijn er trots op.”

“De coronamaatregelen hebben weinig invloed op de kinderen van onze locatie. Dat komt omdat dagbesteding altijd al op de locatie werd gegeven. De kinderen hebben er dus weinig last van. Dat heeft een mooie kant, maar eigenlijk ook een heel trieste… “

“Een deel van de bewoners op onze locatie doet altijd boodschappen met de begeleider. Door de coronamaatregelen kon dat niet meer. We zijn erover het gesprek met hen aangegaan. Het verbaasde ons met welke oplossingen bewoners kwamen. En hoe flexibel ze waren. Dan betrap je jezelf er op hoe snel je dingen voor een ander invult.”

Sturen op kwaliteit en veiligheid

Hieronder worden verdere resultaten met betrekking tot kwaliteit van zorg gepresenteerd. En de manier waarop daar op gestuurd wordt. 

Inspectiebezoek
Eind 2019 heeft IGJ een onverwacht bezoek gebracht aan de locatie Kind en jongeren in Meppel. In 2020 heeft de IGJ hierover een kritisch rapport uitgebracht. Bevindingen sloten aan bij eerder getrokken conclusies door Vanboeijen en hebben onder andere betrekking op medicatieveiligheid, handelingsbekwaamheid van medewerkers en verloop binnen het team. Vanboeijen heeft flink ingezet op het verbeteren van de kwaliteit en hiertoe een herstelplan uitgevoerd. Over de resultaten is ieder kwartaal gerapporteerd aan de IGJ. 

Medio 2020 heeft Vanboeijen de conclusie getrokken dat de opzet en ligging van de locaties -ondanks alle inspanningen- voor de langere termijn niet de goede context vormen voor een deel van de kinderen. In die context is, behalve de dynamiek en deskundigheid in de teams, ook de situering van de locatie van belang: namelijk midden in een woonwijk. Vanaf juni is er voor een groot deel van de kinderen een passende wooncontext gevonden. Daarmee is ook een betere situatie ontstaan voor de kinderen die er zijn blijven wonen. De genomen maatregelen zijn met de IGJ gecommuniceerd.  

Zorgpunt blijft de ontwikkeling van de kinderen ten tijde van coronamaatregelen. Ook voor deze kinderen is scholing en een betekenisvolle ontwikkelingsgerichte (en leuke!) invulling van de dag cruciaal en de mogelijkheden zijn nu te beperkt.

Klachten
In 2020 heeft de klachtenfunctionaris 11 klachten binnengekregen (in 2019 waren dit er 2):

  • Klachten met betrekking tot coronamaatregelen. Bijvoorbeeld over de sluiting van dagbestedingslocaties, onvoldoende aanbod van activiteiten, onvoldoende communicatie aan extern wonende cliënten.
  • Klachten over de ondersteuning en begeleiding, de slechte woon- en leefomstandigheden binnen diverse locaties.
  • Klacht betrof de achteraf ten onterechte te betalen bijdrage aan de lunch. De klacht heeft geresulteerd in het terugbetalen van de vergoeding en is daarmee goed afgehandeld. 

Een aantal klachten konden door snelle interventie van de zorgmanager opgelost worden. Overige klachten zijn of worden in overeenstemming met de klachtenprocedure behandeld.

Meldingen aan inspectie
In 2020 zijn er vijf meldingen gedaan aan de IGJ; te weten 2 meldingen geweld in de zorgrelatie en 3 incidenten (in 2019 waren dit er 2).

Naar aanleiding van deze incidentmeldingen is onderzoek gedaan. Verbeteracties zijn uitgewerkt op:

  • Methodisch werken vanuit professioneel kader.
  • Reflecteren op je eigen handelen en elkaar feedback geven.
  • Regievoering op medisch beleid.
  • Bevorderen kennis en kunde medewerker op specifieke thema’s (bv. epilepsie, seksualiteit).
  • Ontwikkelen van een professioneel kader voor de samenwerking met uitzendbureaus.
  • Blijvend investeren in de medicatieveiligheid.

Tijdens de werkconferentie kwaliteit en veiligheid voor zorgmanagers en gedragsdeskundigen is gereflecteerd op leren van calamiteitenonderzoeken op locatie- en organisatieniveau. Tevens is gekeken naar de eigen rol en sturingskracht als het gaat over kwaliteit en veiligheid op locatie.

Kwaliteit review
Om op strategisch niveau verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor kwaliteit en veiligheid houdt het bestuur en directie elk kwartaal een kwaliteit review. In een kwaliteit review komen thema’s aan de orde die actueel zijn en aandacht vragen op strategisch niveau. Interne collega’s en soms ook externe deskundigen worden uitgenodigd om hierover van gedachten te wisselen en ervaringen en verbetervoorstellen te delen.

Er is tevens een scan gemaakt van de locaties op basis van dynamiek met vooral verzuim en verloop en continuïteit management. Hierdoor hebben we goed zicht op de risico’s.

Onderwerpen in 2020 waren:

  • De inzet van het collegiaal opvangteam.
  • Bevindingen met betrekking tot locaties met een hoog risicoprofiel (ieder kwartaal).
  • Terugkijken op de calamiteitenonderzoeken van de afgelopen jaren.
  • Leren van Incidentmeldingen.
  • Onderzoeksrapport over de evaluatie van de doorontwikkeling organisatiestructuur.
  • Voorstel voor een nieuw kwaliteitsmanagementsysteem.

Commissie kwaliteit en veiligheid
In 2020 is de integrale commissie kwaliteit en veiligheid geïnstalleerd. Deze interne commissie richt zich op het ondersteunen van zorgmanagers met betrekking tot kwaliteit en veiligheid op locatie en adviseert de raad van bestuur. Bijvoorbeeld rondom beleidsontwikkeling en taken en bevoegdheden. Tenslotte  analyseert de commissie de incidentmeldingen op organisatieniveau.

Introductie van het vernieuwd kwaliteitsmanagementsysteem (KMS)
Het KMS bevat uitgangspunten en instrumenten die helpen kwaliteit van zorg te monitoren en hoog te houden. Het  is vernieuwd. Het sluit nu beter aan bij de Vanboeijen Manier, het kwaliteitskader VGN en het toetstingskader van de IGJ. De speerpunten:

  1. Management faciliteren met KPI’s’s (hard én zacht) die ondersteunend zijn bij het sturen en monitoren op (hoofd)doelen uit de kaderbrief.
  2. Ophalen van cliëntervaringen met 'Dit vind ik ervan!' om te kunnen leren en verbeteren op cliënt-, locatie- en organisatieniveau.  
  3. Uitvoeren van audits: audits op basis van het toetsingskader van de IGJ, met behulp van de inzet van ervaringsdeskundigen en op basis van waardering (leren van wat goed gaat). 
  4. Leren van incidenten, calamiteiten, inspectiebezoek en klachten.

Volgend hoofdstuk: 03 Cliëntervaringen en eigen regie